folio

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fo·lio
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘boekformaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord folio folio's
verkleinwoord foliootje foliootjes

Zelfstandig naamwoord

folio o [3]

  1. blad papier ter grootte van een half vel (210 × 330 mm)
  2. boekformaat ter grootte van een half vel
  3. blad van een handschrift, boek of register
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • In folio

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Esperanto

  enkelvoud meervoud
nominatief   folio     folioj  
accusatief   folion     foliojn  

Zelfstandig naamwoord

folio

  1. blad