fellow

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fel·low
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord fellow fellows
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

fellow m

  1. iemands gelijke, lid van een genootschap
    • Geïntrigeerd buigt Matthew Goodwin naar voren. „Hoe spel je zijn naam?”, vraagt de politicoloog. A-S-S-C-H-E-R. Hij schrijft het met een ballpoint in de bovenhoek van een notitieblok en trekt drie strepen onder de naam van de aanstaande lijsttrekker van de PvdA. Heeft hij echt gezegd dat vrij verkeer van personen aan banden gelegd moet worden? Slaat zo’n boodschap aan? „Boeiend”, zegt Goodwin, 34 jaar oud en al hoogleraar aan de universiteit van Kent en associate fellow bij Chatham House. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders;
49 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. fellow op website: Etymologiebank.nl
  2. NRC Melle Garschagen 15 december 2016

Meer informatie