kerel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ke·rel
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘man’ voor het eerst aangetroffen in 1271 [1]
  • Afkomstig van het Middelnederlandse kerel of kerle (vrij man van niet-ridderlijke stand, dorpeling), dat afstamt van het oergermaanse *kerla-. Verwant met het Duitse Kerl en het Engelse churl of cheorl.
enkelvoud meervoud
naamwoord kerel kerels
verkleinwoord kereltje kereltjes

Zelfstandig naamwoord

kerel m

  1. (verouderd) vrije man van lage geboorte
  2. forse, stevige man (een echte vent)
  3. (informeel) man, echtgenoot
  4. (gewestelijk, informeel) manspersoon
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen