eksplosiv

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • eks·plo·siv
Woordherkomst en -opbouw

Afkomstig van het Latijnse woord explaudere met het voorvoegsel eks-.

Bijvoeglijk naamwoord

eksplosiv

  1. explosief
    «Propan er ein brennbar og eksplosiv gass.»
    Propaan is een brandbaar en explosief gas.
  2. (figuurlijk) agressief
    «Han er så arrogant og har et så eksplosivt temperament at det truer hans karriere.»
    Hij is zo arrogant en heeft zo'n agressief temperament dat zijn carrière erdoor bedreigd is.
  3. snel, spoedig
    «Politiet bekrefter at en person er omkommet i en eksplosiv brann i en butikkbygning i Lillestrøm.»
    De politie bevestigde dat een persoon in een explosieve brand in een winkelcentrum in Lillestrøm is overleden.
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud eksplosiv mer eksplosiv mest eksplosiv
o enkelvoud eksplosivt
meervoud eksplosive
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
eksplosive mer eksplosiv mest eksplosive

[A]

Zelfstandig naamwoord

eksplosiv o (meestal in meervoud)

  1. explosief, springstof
    «Eksplosiver inndeles i seks faregrupper.»
    Explosieven zijn in zes risicogroepen ingedeeld.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   eksplosiv     eksplosivet     eksplosiv,
eksplosiver  
  eksplosiva,
eksplosivene  
genitief   eksplosivs     eksplosivets     eksplosivs,
eksplosivers  
  eksplosivas,
eksplosivenes  

[B]

Zelfstandig naamwoord

eksplosiv m

  1. (taalkunde) plosief, occlusief, plofklank
    «'p', 't', 'k' er eksplosiver.
    'P', 't' en 'k' zijn plosieven.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   eksplosiv     eksplosiven     eksplosiver     eksplosivene  
genitief   eksplosivs     eksplosivens     eksplosivers     eksplosivenes  



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • eks·plo·siv
Woordherkomst en -opbouw

Afkomstig van het Latijnse woord explaudere met het voorvoegsel eks-.

Bijvoeglijk naamwoord

eksplosiv

  1. explosief
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud eksplosiv meir eksplosiv mest eksplosiv
o enkelvoud eksplosivt
meervoud eksplosive
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
eksplosive meir eksplosiv mest eksplosive

Zelfstandig naamwoord

eksplosiv o (meestal in meervoud)

  1. explosief, springstof
    «Eksplosiver inndeles i seks faregrupper.»
    Explosieven zijn in zes risicogroepen ingedeeld.
Verbuiging
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   eksplosiv     eksplosivet     eksplosiv     eksplosiva  
bijvorm enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief               eksplosivi