eksistens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • ek·si·stens
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse zelfstandige naamwoord existentia, dat van het Latijnse werkwoord eksistere
  • Deens zelfstandig naamwoord met het voorvoegsel eks-
Naar frequentie 6025
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   eksistens     eksistensen     eksistenser     eksistenserne  
genitief   eksistens     eksistensens     eksistensers     eksistensernes  

Zelfstandig naamwoord

eksistens, g

  1. existentie, voorkomen, zijn
  2. bestaan, leven
  3. (pejoratief) figuur, individu
Afgeleide begrippen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ek·si·stens
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse zelfstandige naamwoord existentia, dat van het Latijnse werkwoord eksistere
  • Noors zelfstandig naamwoord met het voorvoegsel eks-
Naar frequentie 6025
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   eksistens     eksistensen     eksistenser     eksistensene  
genitief   eksistens     eksistensens     eksistensers     eksistensenes  

Zelfstandig naamwoord

eksistens, m

  1. existentie, voorkomen, zijn
  2. bestaan, leven, levensvoorwaarden
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ek·si·stens
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse zelfstandige naamwoord existentia, dat van het Latijnse werkwoord eksistere
  • Nynnorsk zelfstandig naamwoord met het voorvoegsel eks-
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   eksistens     eksistensen     eksistensar     eksistensane  

Zelfstandig naamwoord

eksistens, m

  1. existentie, voorkomen, zijn
  2. bestaan, leven, levensvoorwaarden
Synoniemen
Afgeleide begrippen