dynamiek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dy·na·miek
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stuwkracht’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord dynamiek dynamieken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

dynamiek v

  1. bewogenheid, vaart
  2. (muziek) gebruik van wisselingen in geluidssterkte
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen