dynamisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dy·na·misch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dynamisch dynamischer
verbogen dynamische dynamischere
partitief dynamisch dynamischers -

Bijvoeglijk naamwoord

dynamisch [2]

  1. de dynamica betreffend
  2. de dynamiek betreffend
  3. waarin (innerlijke) beweging of bewogenheid overheerst
    • Amsterdam is een heel dynamische stad terwijl het leven in Almelo een stuk statischer is. 
Antoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen