dynamisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dy·na·misch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dynamisch dynamischer
verbogen dynamische dynamischere
partitief dynamisch dynamischers -

Bijvoeglijk naamwoord

dynamisch [2]

  1. de dynamica betreffend
  2. de dynamiek betreffend
  3. waarin (innerlijke) beweging of bewogenheid overheerst
    Amsterdam is een heel dynamische stad terwijl het leven in Almelo een stuk statischer is.
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal