duivelsdozijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dui·vels·do·zijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord duivelsdozijn duivelsdozijnen
verkleinwoord duivelsdozijntje duivelsdozijntjes

Zelfstandig naamwoord

duivelsdozijn o

  1. (handel) inhoudsmaat: het aantal dertien, één meer dan een dozijn (zijnde twaalf stuks)
    • "In het Romeinse Rijk was vrijdag de 13e een ongeluksdag voor criminelen. Op deze dagen werden namelijk de meeste misdadigers geëxecuteerd. Het getal wordt ook wel het duivelsdozijn genoemd."  [2]
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. 13 feitjes over vrijdag de 13e. babista.nl. Babista (13 oktober 2017) Gearchiveerd van het origineel op 2 juni 2019 Geraadpleegd op 2 juni 2019