duivel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de duivel als een geit
Uitspraak
Woordafbreking
  • dui·vel
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘het kwaad als persoon’ voor het eerst aangetroffen in 776 [1]
  • Van gr. diabolos (belasteraar), van gri. diaballein (belasteren, uiteenwerpen), samengesteld uit gri. dia (uiteen) + ballein (werpen).
enkelvoud meervoud
naamwoord duivel duivels
verkleinwoord duiveltje duiveltjes

Zelfstandig naamwoord

duivel m

  1. (mythologie), (religie) de personificatie van het kwaad
    • Zoals god en de engelen de personificaties zijn van het goede, zo is de duivel de personificatie van het kwade. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen