duivel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de duivel als een geit
Uitspraak
Woordafbreking
  • dui·vel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord duivel duivels
duivelen
verkleinwoord duiveltje duiveltjes

Zelfstandig naamwoord

duivel m

  1. (mythologie), (religie) de personificatie van het kwaad
    • Zoals god en de engelen de personificaties zijn van het goede, zo is de duivel de personificatie van het kwade. 
     `Zwarte Piet' of 'Pietje Pik', zo noemde het volk in de middeleeuwen de duivel.[2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen