naders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·ders

Bijvoeglijk naamwoord

naders

  1. partitief van de vergrotende trap van na
    • Dat is iets naders... 

naders

  1. partitief van de stellende trap van nader