dårleg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • dår·leg
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoordse woord dáligr, dat van het Nederduitse woord dorlik komt
  • Nynorsk bijvoeglijk naamwoord met het achtervoegsel -leg
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud dårleg dårlegare dårlegast
o enkelvoud dårleg
meervoud dårlege
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
dårlege dårlegare dårlegaste

Bijvoeglijk naamwoord

dårleg

  1. ellendig, ziek
  2. slecht (bijv. een slecht geweten, slecht weer)
  3. slecht, onbekwaam of weinig bekwaam
  4. gering, schaars, slecht
  5. armoedig, slecht
  6. bedrukt, slecht, wee
  7. minderwaardig, verwerpelijk, wraakbaar
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • [2]: dårleg luft
slechte lucht
  • [2]: sove dårleg
slecht slapen
  • [3]: ein dårleg kokk
een slechte kok

Bijwoord

dårleg

  1. ellendig, ongesteld, slecht, ziek
Typische woordcombinaties
  • sjå dårleg ut
slecht uitzien