minderwaardig
Uiterlijk
- Geluid: minderwaardig (hulp, bestand)
- IPA: / ˌmɪndərˈwardəx / (4 lettergrepen)
- min·der·waar·dig
- samenstelling van minder en waard met het achtervoegsel -ig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | minderwaardig | minderwaardiger | minderwaardigst |
| verbogen | minderwaardige | minderwaardigere | minderwaardigste |
| partitief | minderwaardigs | minderwaardigers | - |
minderwaardig
- relatief slecht ofwel minder waard dan men zou verwachten
- Het woord minderwaardig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "minderwaardig" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Achtervoegsel -ig in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %