crack

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • crack
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘uitblinker in sport’ voor het eerst aangetroffen in 1897 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord crack cracks
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

crack m [3]

  1. (sport) uitblinker
  2. (scheikunde) gevaarlijke harddrug met door verwarming gezuiverde cocaïne als hoofdbestanddeel
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
crack cracks

Zelfstandig naamwoord

crack

  1. scheur, kloof
  2. (informatica) crack
vervoeging
onbepaalde wijs to crack
he/she/it cracks
verleden tijd cracked
voltooid
deelwoord
cracked
onvoltooid
deelwoord
cracking
gebiedende wijs crack

Werkwoord

crack

  1. kraken, openbreken


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

crack m

  1. (spreektaal) kei, uitblinker [1]

Verwijzingen