kraken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
[2] Een walnoot kraken.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kra·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘een scherp geluid maken’ voor het eerst aangetroffen in 1287 [1]
  • uit het Middelnederlands, afgeleid van de Germaanse wortel krk, een klanknabootsing, met het achtervoegsel -en [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kraken
kraakte
gekraakt
zwak -t volledig

Werkwoord

kraken

  1. inergatief een krakend geluid maken
    • Die deur kraakt en moet gesmeerd worden. 
  2. overgankelijk openbreken
    • Deze noten zijn moeilijk met de hand te kraken. 
  3. overgankelijk, (informatica)) inbreken in iemands computer
    • De computer van dat bedrijf is gisteren gekraakt. 
  4. overgankelijk een pand illegaal bewonen
    • Als dit pand niet snel verhuurd wordt, kraken wij het. 
  5. overgankelijk er heel negatief over spreken of schrijven
    • Het boek werd in de krant gekraakt. 
  6. overgankelijk, (informeel), (medisch) een chiropractische handeling verrichten op iemands ruggengraat
  7. overgankelijk, (scheikunde) een techniek voor het vervaardigen van chemische producten uit aardolie
    • Wanneer olie gekraakt wordt door verhitting al of niet onder toevoeging van stoom, waterstof en/of een katalysator ontstaan er kleinere moleculen die verder te verwerken zijn. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2] een auto / brandkast / raadsel kraken
  • [3] een code / computer / raadsel kraken
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

kraken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kraak
  2. een fabeldier met enorme afmetingen en met enorme tentakels.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen