complex

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·plex
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen complex complexer
verbogen complexe complexere
partitief complex complexers -

Bijvoeglijk naamwoord

complex [2]

  1. ingewikkeld, moeilijk, uit veel onderdelen bestaand
    • Juridisch is dit een complexe zaak. 
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord complex complexen
verkleinwoord complexje complexjes

Zelfstandig naamwoord

complex o [3]

  1. geheel van bij elkaar liggende gebouwen met dezelfde functie
    • Op het complex liggen vijf voetbalvelden. 
  2. (psychologie) een door een affect bijeengehouden groep van voorstellingen b.v. oedipuscomplex
  3. (scheikunde) complexe verbinding
    • Het DNA-molecuul is een zeer groot complex van suikers en zuren. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

complex

  1. complex


Engels

Uitspraak
  • IPA: /kəmˈplɛks/, /ˈkɒm.plɛks/
  • SAMPA: /k@m"plEks/, /"kQm.plEks/
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

complex

  1. complex