complex

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·plex
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen complex complexer
verbogen complexe complexere
partitief complex complexers -

Bijvoeglijk naamwoord

complex [3]

  1. ingewikkeld, moeilijk, uit veel onderdelen bestaand
    • Juridisch is dit een complexe zaak. 
    • De actrices, stuk voor stuk genomineerd voor een Golden Globe, zijn fantastisch in de rollen, die hoe langer hoe complexer blijken. Actrice Emma Stone buit haar grote ogen maximaal uit en maakt Abigail gevaarlijker dan ze eruitziet. [4] 
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord complex complexen
verkleinwoord complexje complexjes

Zelfstandig naamwoord

complex o [5]

  1. geheel van bij elkaar liggende gebouwen met dezelfde functie
    • Op het complex liggen vijf voetbalvelden. 
  2. (psychologie) een door een affect bijeengehouden groep van voorstellingen b.v. oedipuscomplex
  3. (scheikunde) complexe verbinding
    • Het DNA-molecuul is een zeer groot complex van suikers en zuren. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

complex

  1. complex


Engels

Uitspraak
  • IPA: /kəmˈplɛks/, /ˈkɒm.plɛks/
  • SAMPA: /k@m"plEks/, /"kQm.plEks/
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

complex

  1. complex