vakantiecomplex

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • va·kan·tie·com·plex
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vakantiecomplex vakantiecomplexen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vakantiecomplex o

  1. het geheel van voorzieningen op een terrein waar mensen op vakantie kunnen gaan
    • Het vakantiecomplex was in de wintermaanden gesloten.