zalencomplex

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·len·com·plex
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zalencomplex zalencomplexen
verkleinwoord zalencomplexje zalencomplexjes

Zelfstandig naamwoord

zalencomplex o

  1. een geheel van gebouwen waar zalen tehuur aangeboden worden
    • Het zalencomplex wordt opnieuw uitgebreid. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.