jasje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jas·je
enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord jasje jasjes

Zelfstandig naamwoord

jasje o

  1. verkleinwoord van jas, een kledingstuk dat over andere kledingstukken gedragen wordt en die de romp en armen bedekt
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

jasje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord jas

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.