col

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[1] Steve Jobs met coltrui
[2] col het hoogste punt van een weg
Uitspraak
Woordafbreking
  • col
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bergpas’ voor het eerst aangetroffen in 1865 [1]
  • Ontleend aan het Franse col.
enkelvoud meervoud
naamwoord col cols
verkleinwoord colletje colletjes

Zelfstandig naamwoord

col m

  1. hoge kraag van een trui
    • Mijn tweede tip: we noemen het geen presentatie meer. Want van dat woord krijgen mensen rode vlekken in de nek (die ze dan vervolgens weer op zijn Steve Jobs moeten afdekken met een coltrui). En daar wordt natuurlijk niemand beter van. Sterker nog: dat is mijn derde tip: geen coltrui. Steve Jobs was echt de enige uitzondering. Alle andere mensen die ik heb zien presenteren in een coltrui moesten al na een paar minuten als een piepende fluitketel worden weggedragen. Presenteren zorgt namelijk voor oververhitting en die kan in een coltrui nergens heen. Zorg daarom voor luchtige kleding. Presenteer desnoods topless. Dan heb je sowieso meteen goed de aandacht te pakken. Een coltrui is overigens ook in alle andere kantoorsituaties niet toegestaan.[2] 
  2. bergpas, bergengte vooral bekend via het wielrennen
    • Onder het roze zijn bloedrode schaafplekken te zien, net als op zijn linkerknie en -elleboog, die gezwollen zijn als gevolg van zijn val op de Col D’Angel.[3] 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Catalaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • col
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
col cols

Zelfstandig naamwoord

col v

  1. (groente) kool


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • col
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Franse col.
enkelvoud meervoud
col cols

Zelfstandig naamwoord

col

  1. bergpas
Verwante begrippen


Francoprovençaals

Uitspraak
Woordafbreking
  • col
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

col m

  1. (anatomie) hals


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • col
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  col     le col     cols     les cols  

Zelfstandig naamwoord

col m

  1. kraag, boord, halsboord
    «Le col d'une chemise.»
    De kraag van een hemd.
  2. (verouderd), (nog wel vóór een klinker) hals
    «Celui-là, tué d'hier, les loups lui on déchiqueté la chair sur le col en si longues aiguillettes qu'on le dirait paré […] d'une touffe de rubans rouges.[1]»
    Bij die man daar, die gisteren gedood is, hebben de wolven het vlees in zulke lange repen van de hals gescheurd dat men zou zeggen dat hij [...] een bos rode linten om zijn nek had.
  3. (anatomie), (figuurlijk) hals
    «Le col de l'utérus.»
    De baarmoederhals.
  4. flessenhals
    «Le col d’une bouteille.»
    De hals van een fles.
  5. bergpas, pas
    «L’armée se saisit de tous les cols des montagnes.»
    Het leger maakte zich meester van alle bergpassen.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Verwijzingen

  1. Aloysius Bertrand, Gaspard de la nuit, 1842.


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Nederlandse of Franse col (kraag).
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  col     colnan  

Zelfstandig naamwoord

col

  1. kraag, boord
Schrijfwijzen
  • Schrijfwijze op Bonaire en Curaçao: kòl.
Uitdrukkingen en gezegden


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • col
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
col coles

Zelfstandig naamwoord

col v

  1. (groente) kool
Synoniemen