bergengte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

bergengte
Uitspraak
Woordafbreking
  • berg·eng·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bergengte bergengten
bergengtes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bergengte v [1]

  1. nauwe doorgang tussen twee bergen
    • Wie het Rhônedal verlaat om, via Privas en Aubenas, verder zuidwaarts te trekken, zal gauw onder de indruk raken van de woestheid van de Ardèche. Middeleeuwse dorpjes hebben zich vastgehecht aan steile bergwanden en bieden vergezichten over rivieren die, in de loop van vele eeuwen, diepe kloven hebben uitgesneden in het rotsachtige plateau. De bergengten volgen elkaar op, totdat, bij het dorpje Auriolles, net voor je de Gorges de l'Ardéche bereikt, het landschap tot rust lijkt te komen. [2] 
    • “Zijn jullie bereid en klaar om te verhuizen”, is de vraag aan een groep dorpelingen in Sandouping, een primitief gehucht midden in de Xiling bergengte in het Yangtze-dal, in het oosten van de centraal gelegen provincie Hubei. Hier wordt de komende tien, twintig jaar de grootste stuwdam ter wereld gebouwd waarvoor het voorbereidende werk al begonnen is.[3]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Margot Dijkgraaf 19 december 1997
  3. Willem van Kemenade 7 juni 1993