coördinator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·or·di·na·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord coördinator coördinatoren, coördinators
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

coördinator m

  1. (beroep) iemand die coördineert (zorgt dat de dingen in hun samenhang geregeld worden)
    • Naar aanleiding van de stijging in het aantal roofovervallen is een landelijke coördinator overvalcriminaliteit aangesteld. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen