coördinatrice

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·or·di·na·tri·ce
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord coördinatrice coördinatrices
verkleinwoord coördinatricetje coördinatricetjes

Zelfstandig naamwoord

coördinatrice v

  1. (beroep) vrouwelijke vorm van coördinator

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.