chocola

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Chocola
Uitspraak
Woordafbreking
  • cho·co·la
enkelvoud meervoud
naamwoord chocola -
verkleinwoord chocolaatje chocolaatjes

Zelfstandig naamwoord

chocola m

  1. (voeding) een lekkernij die gemaakt is van cacao, suiker en cacaoboter
    • Bij dat kraampje kun je allerlei soorten chocola kopen. 
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Spreekwoorden

Ergens geen chocola van kunnen maken

  • Ergens geen wijs uit kunnen worden
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be