chocolaatje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cho·co·laatje, cho·co·la·tje
enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord chocolaatje chocolaatjes

Zelfstandig naamwoord

chocolaatje o dim. tant.

  1. een stukje chocolade
    • Wil je een chocolaatje hebben? 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

chocolaatje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord chocola

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be