chocolaatje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cho·co·laatje, cho·co·la·tje
enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord chocolaatje chocolaatjes

Zelfstandig naamwoord

chocolaatje o dim. tant.

  1. een stukje chocolade
    Wil je een chocolaatje hebben?
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

chocolaatje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord chocola