chocolatier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cho·co·la·tier
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord chocolatier chocolatiers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

chocolatier m

  1. (beroep) bereider van of handelaar in chocolade en producten op chocoladebasis
    • Momenteel is er een chocolatier gevestigd. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Wiktionnaire
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • cho·co·la·tier
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
mannelijk   chocolatier     le chocolatier     chocolatiers     les chocolatiers  
vrouwelijk   chocolatière     la chocolatière     chocolatières     les chocolatières  

Zelfstandig naamwoord

chocolatier m

  1. (beroep) chocolatier