charme

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • char·me
enkelvoud meervoud
naamwoord charme charmes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

charme m

  1. de eigenschappen van iemand waardoor die persoon aardig, leuk en vriendelijk wordt gevonden
    Steeds laat hij onder de charme majestueus het gevaar doorschemeren. [1]
  2. die bijzondere eigenschap die iets of iemand aantrekkelijk maakt
    Aan de ene kant is een van de grote charmes van ‘Rotterdam’ de ontmoeting tussen de meer publiekgerichte arthousefilm en de filmkunst – voor je het weet zijn er vier festivals naast elkaar. Aan de andere kant voelt menigeen die elf euro neertelt voor een aantrekkelijk omschreven film die een volstrekt hermetisch kunstwerk blijkt te zijn, zich soms onvoldaan.[2]
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Herien Wensink NRC 14 september 2015
  2. Raymond van den Boogaard NRC 6 februari 2016


Frans

Zelfstandig naamwoord

charme v

  1. bekoring, charme