charmeur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • char·meur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord charmeur charmeurs
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

charmeur m

  1. iemand die vrouwen weet te bekoren
    James Bond is een echter charmeur.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl