charmeur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • char·meur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord charmeur charmeurs
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

charmeur m

  1. iemand die vrouwen weet te bekoren
    • James Bond is een echter charmeur. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen