Naar inhoud springen

charlatan

Uit WikiWoordenboek
  • char·la·tan
enkelvoud meervoud
naamwoord charlatan charlatans
verkleinwoord charlatannetje charlatannetjes

decharlatanm

  1. (pejoratief) (scheldwoord) (soms charmante) oplichter ('deskundige') gespecialiseerd in bedrog over zijn afkomst, vaardigheden, intenties of prestaties
    • Charlatans”. De Indiase topeconoom noemt ze niet bij naam in het interview met NRC, dat plaatsvindt in een zaaltje in het gebouw van De Nederlandsche Bank (DNB). Maar veelvuldig komt het economische beleid van de regering-Trump ter sprake.[4] 
86 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[5]
  • char·la·tan
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  charlatan     le charlatan     charlatans     les charlatans  

charlatan m

  1. (verouderd) marskramer, ambulante koopman die op markten en openbare plaatsen geneesmiddelen verkocht en kiezen uittrok
  2. (pejoratief) handige oplichter ('deskundige') die met zijn vermeende vaardigheden of kennis anderen probeert geld uit te kloppen