charlatan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • char·la·tan
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans charlatan[1], in de betekenis van ‘kwakzalver’ voor het eerst aangetroffen in 1658. [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord charlatan charlatans
verkleinwoord charlatannetje charlatannetjes

Zelfstandig naamwoord

charlatan m [3]

  1. (pejoratief) (scheldwoord) (soms charmante) oplichter ('deskundige') gespecialiseerd in bedrog over zijn afkomst, vaardigheden, intenties of prestaties
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • char·la·tan
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

charlatan m

  1. (verouderd) marskramer, ambulante koopman die op markten en openbare plaatsen geneesmiddelen verkocht en kiezen uittrok
  2. (pejoratief) handige oplichter ('deskundige') die met zijn vermeende vaardigheden of kennis anderen probeert geld uit te kloppen

Verwijzingen

  1. charlatan op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink Weblink bron CHARLATAN in: Dictionnaire de l’Académie française, huitième édition (1932-1935)