marmot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mar·mot
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘knaagdier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1761 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord marmot marmotten
verkleinwoord marmotje marmotjes

Zelfstandig naamwoord

marmot v/m

  1. (knaagdieren) Marmota op Wikispecies, knaagdier dat vooral in het hooggebergte leeft
Hyponiemen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
marmot marmots

marmot

  1. (knaagdieren) marmot. Marmota op Wikispecies
Hyponiemen


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

marmot m

  1. (spreektaal) kind, jochie, kleuter
    «Ce soir, pour les marmots, y'a de la pizza et la télé.»
    Voor de kids is er vanavond pizza en de televisie. [1]

Verwijzingen