capitulatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·pi·tu·la·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord capitulatie capitulaties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

capitulatie v

  1. overeenkomst om het verzet te staken
  2. (militair) overgave van een partij in oorlog
    • Sommigen hadden het nog wel over een robbertje vechten met de vijand, maar in de lagere regionen waar Albert en zijn kameraden zaten, was men sinds de overwinning van de geallieerden in Vlaanderen, de bevrijding van Lille, de Oostenrijkse aftocht en de capitulatie van de Turken meestal een stuk minder uitbundig dan de officieren. [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen