ruw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ruw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ruw ruwer ruwst
verbogen ruwe ruwere ruwste
partitief ruws ruwers -

Bijvoeglijk naamwoord

ruw

  1. oneffen, niet glad
    Een ruw oppervlak veroorzaakt veel wrijving.
  2. grof, onbesuisd
    Die ruwe kerel gaf hem een pak rammel.
Vertalingen