bro

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Deens

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse zelfstandige naamwoord brú
Naar frequentie 3247
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bro     broen     broer     broerne  
genitief   bros     broens     broers     broernes  

Zelfstandig naamwoord

bro, g

  1. brug
    «Den bro er endeligt gjort.»
    De brug is eindelijk gemaakt.


Surinaams

Werkwoord

bro

  1. blazen, ademen