brandnetel
Uiterlijk

- Geluid: brandnetel (hulp, bestand)
- IPA: / 'brɑntnetəl / (3 lettergrepen)
- brand·ne·tel
- samenstelling van brand ww en netel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | brandnetel | brandnetels |
| verkleinwoord | brandneteltje | brandneteltjes |
- (bloemplanten) een plantengeslacht Urtica
, waarvan in Nederland en België de grote brandnetel (Urtica dioica
) en de kleine brandnetel (Urtica urens
) voorkomen - (bloemplanten) Urtica dioica
een harige plant die bij aanraking een brandend gevoel en zwelling veroorzaakt - (bloemplanten) Urtica urens
een harige plant die bij aanraking een brandend gevoel en zwelling veroorzaakt
- [2]: grote brandnetel
- [3]: kleine brandnetel
- brandnetelfamilie
- bonte brandnetelmot, brandnetelblad, brandnetelbladroller, brandnetelboorvlieg, brandnetelbos, brandnetelhaar, brandnetelkalk, brandnetelkapje, brandnetelkevertje, brandnetelmot, brandnetelmotje, brandnetelprachtwants, brandnetelrol, brandnetelsap, brandnetelscheut, brandnetelsnuittor, brandnetelsnuituil, brandnetelsoep, brandnetelspruit, brandnetelthee, brandnetelvezel, brandnetelvlo, brandnetelwants, brandnetelloof, gekamde brandnetelsnuittor, glad brandnetelkevertje
2-3. een harige plant die bij aanraking een brandend gevoel en zwelling veroorzaakt
- Het woord brandnetel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "brandnetel" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bloemplanten in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %