bound

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
bound bounds

Zelfstandig naamwoord

bound

  1. begrenzing

De bal ging buiten de lijnen.#:*The ball went out of bounds. 

Werkwoord

bound

  1. verleden tijd van bind
  2. voltooid deelwoord van bind