gedoemd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·doemd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
doemen

gedoemd

  1. voltooid deelwoord van doemen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gedoemd gedoemder gedoemdst
verbogen gedoemde gedoemdere gedoemdste
partitief gedoemds gedoemders -

Bijvoeglijk naamwoord

gedoemd

  1. onvermijdelijk afgaand op iets slechts
    • Zijn wilde plannen waren gedoemd om te mislukken en dat deden ze dan ook. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.