bloemkool

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een gehalveerde bloemkool

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloem·kool
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bloemkool bloemkolen
verkleinwoord bloemkooltje bloemkooltjes

Zelfstandig naamwoord

bloemkool v/m

  1. (voeding) (groente) Brassica oleracea convar. botrytis var. botrytis op Wikispecies een kool met vlezige bleekgele bloemstengels die als groente gegeten wordt
    • - In Nederland voegt men soms nootmuskaat toe aan de bloemkool. 
    • - Snijd de bloemkool in kleine roosjes en kook deze in ongeveer 5 minuten beetgaar in water met wat zout. Giet ze af in een vergiet en laat ze daarin 10 minuten afkoelen. [2] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Sam de Voogt NRC 10 juni 2016