blijheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blij·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van blij met het achtervoegsel -heid.
enkelvoud meervoud
naamwoord blijheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

blijheid v

  1. een positieve stemming
    Na de positieve uitslag was er blijheid alom.
Synoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen