emotie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

emotie na maken van doelpunt
Uitspraak
Woordafbreking
  • emo·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gemoedsbeweging’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
  • afgeleid uit het Franse émotion [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord emotie emoties
verkleinwoord emotietje emotietjes

Zelfstandig naamwoord

emotie v

  1. een hevig gevoel
    • Het is niet goed om je emoties te onderdrukken. 
     Mentaal sterke mensen: Vermijden zelfmedelijden; Zijn de baas over hun eigen emoties; Lopen niet weg voor veranderingen;[3]
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen