bewerken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wer·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van werken met het voorvoegsel be-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bewerken
bewerkte
bewerkt
zwak -t volledig

Werkwoord

bewerken

  1. overgankelijk veranderen om iets voor een of ander doel geschikt te maken
    • Het ijzer werd eerst bewerkt in de fabriek. 
  2. overgankelijk, (informatica) een bestand of map wijzigen om voor een ander doel geschikt te maken
    • Klik rechts op het bestand om het met een programma te kunnen bewerken. 
  3. proberen iemand van mening laten veranderen
    • De politicus probeerde de studenten te bewerken. 
  4. iets met een mes anders maken
    • Deze stoel had fraai bewerkte poten. 
Anagrammen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.