bevoegd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·voegd
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bevoegd bevoegder bevoegdst
verbogen bevoegde bevoegdere bevoegdste
partitief bevoegds bevoegders -

Bijvoeglijk naamwoord

bevoegd

  1. officieel gerechtigd zijn iets te doen
    Je zult in gevallen van twijfel contact moeten opnemen met het bevoegd gezag.
    Iemand jonger dan 18 is niet bevoegd om een motorvoertuig te besturen.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen