bevoegde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·voeg·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van bevoegd met het achtervoegsel -e

Bijvoeglijk naamwoord

bevoegde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van bevoegd
enkelvoud meervoud
naamwoord bevoegde bevoegden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bevoegde m/v

  1. iemand die gerechtigd is iets te doen
    • Die toegang is slechts voor bevoegden. 
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.