ervaren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

ervaren wandelaars
Uitspraak
Woordafbreking
  • er·va·ren
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ervaren ervarener ervarenst
verbogen (ervarene) ervarenste
partitief ervarens ervareners -

Bijvoeglijk naamwoord

ervaren [2]

  1. bekwaam door ervaring
    • Ze is een van de meest ervaren speelsters in het veld. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ervaren
ervoer
ervaarde (VL)
ervaren
klasse 6

zwak -d
gemengd

volledig
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ondervinden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1420 [3]

Werkwoord

ervaren

  1. iets beleven, doormaken, ondervinden
    • De meesten ervaren dit als onaangenaam. 
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van ervaren: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)

Werkwoord

vervoeging van
ervaren

ervaren

  1. voltooid deelwoord van ervaren

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen