bevoegdheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·voegd·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bevoegdheid bevoegdheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bevoegdheid v

  1. het recht tot het uitoefenen van bepaalde handelingen
    • Een bureaucraat op het WikiWoordenboek heeft de bevoegdheid om andere gebruikers moderator te maken. 
    • Door de noodtoestand heeft de president onbeperkte bevoegdheden. 
     Ik liep er wat dichter naartoe om te zien wat er aan de hand was en zag twee Park Rangers, federale politieagenten met verstrekkende bevoegdheden. Ze waren met hun zoeklampen een aantal tenten aan het inspecteren op zoek naar drugs. Een aantal hikers probeerde de anderen te waarschuwen, maar het was te laat. Gelukkig werd er alleen wiet gevonden, dat wel geconfisqueerd werd maar waar verder geen straffen voor werden uitgedeeld.[1]
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be