bevoegdheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·voegd·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bevoegdheid bevoegdheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bevoegdheid v

  1. het recht tot het uitoefenen van bepaalde handelingen
    Een bureaucraat op het WikiWoordenboek heeft de bevoegdheid om andere gebruikers moderator te maken.
    Door de noodtoestand heeft de president onbeperkte bevoegdheden.
Antoniemen

Meer informatie