competent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pe·tent
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bekwaam, gerechtigd’ voor het eerst aangetroffen in 1459 [1]
  • afgeleid van het Franse compétent (met het voorvoegsel com-) [2] [3]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen competent competenter competentst
verbogen competente competentere competentste
partitief competents competenters -

Bijvoeglijk naamwoord

competent [4]

  1. bevoegd; bekwaam
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen