bediende

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
bediende [2]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·dien·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van bediend met het achtervoegsel -e
enkelvoud meervoud
naamwoord bediende bedienden, bediendes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bediende v/m

  1. (beroep) iemand in een ondergeschikte betrekking
  2. (beroep) huisknecht
    • Huishoudelijke apparatuur heeft de functie van bediende grotendeels overgenomen. 
  3. (beroep) officiële benaming voor alle werknemers die geen arbeider zijn, beambte, ambtenaar of employé b.v. iemand die eten en of drinken brengt in een horecagelegenheid
    • De bediende was nergens te bekennen, dus moesten we lang wachten op ons drankje. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bedienen

bediende

  1. enkelvoud verleden tijd van bedienen
    • Ik bediende. 
    • Jij bediende. 
    • Hij, zij, het bediende. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie