bedienen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·die·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van dienen met het voorvoegsel be-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bedienen


bediende


bediend


zwak -d volledig

Werkwoord

bedienen

  1. (overgankelijk) eten en of drinken brengen in een horecagelegenheid
    De serveerster bediende de klanten in het restaurant.
  2. het laten werken van machines
    Hij bediende de slijpmachine op een heel vaardige manier.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie