banaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een tros bananen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·naan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord banaan bananen
verkleinwoord banaantje banaantjes

Zelfstandig naamwoord

banaan v/m

  1. (fruit) Musa Wikispecies-logo-en.png een vrucht van de bananenboom
    Eet u vaak bananen of houdt u meer van peren?
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie