asiento

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·sien·to
enkelvoud meervoud
asiento asientos

Zelfstandig naamwoord

asiento m

  1. zetel, stoel, zitplaats
  2. bodem (van een fles of pot)
  3. ligging (van een gebouw)
  4. contract
  5. verblijf
  6. bezinksel
  7. boeking
Verwijzingen

Werkwoord

vervoeging van
asentar

asiento

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van asentar

Werkwoord

vervoeging van
asentir

asiento

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van asentir