boeking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boe·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boeking boekingen
verkleinwoord boekinkje boekinkjes

Zelfstandig naamwoord

boeking v

  1. reservering van een reis, kamer, enzovoort
  2. (sport) officiële waarschuwing
  3. (boekhouding) post, een bedrag, aantal uren of andere administratieve eenheden dat/die geboekt wordt/worden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.