asentar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
asentar
asentaba
asentado
volledig

Werkwoord

asentar

  1. neerzetten, plaatsen
  2. bevestigen, vastmaken, vastzetten, vastleggen
  3. boeken, noteren, inschrijven
  4. toedelen, uitdelen
  5. aanzetten, scherpen, slijpen, wetten
  1. stevig staan
  2. goed zitten (van kleding)